Kinda Muzik over Julian&Jazzorchestra of the concertgebouw

Julian Thomas in de Melkweg met veel soul en één hand. 16 februari 2006, Melkweg, Amsterdam (NL) tekst: Elisabeth van Scherpenzeel

Staan ellende en leed garant voor een goede stem? De muziekgeschiedenis beschouwend lijkt het er wel op. Julian Thomas, die donderdag in de Melkweg optrad, begeleid door de achttienkoppige bigband van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw (JOC), past ook in het rijtje van singer-songwriters met een rotjeugd van uithuisplaatsingen en puberen in internaten. Schuld aan dit alles is de handicap die zijn
ouders niet konden accepteren. De jongen met een accent van onder de rivieren heeft sinds zijn geboorte namelijk maar één hand. Zijn onderarm werd door de navelstreng afgeknepen.

Net als een van zijn voorbeelden Stevie Wonder kroop Thomas als klein jongetje achter de piano en bewees hij met zijn eigen songs dat tien vingers niet onontbeerlijk zijn om een muzikale virtuoos te worden. Vorig jaar verscheen zijn eerste naamloze album. Dit jaar werd hij als gastsolist uitgenodigd door het JOC, dat bekend staat om de uitvoering van jazz in de Amerikaanse bigbandtraditie. Met een diepe buiging werd hij tijdens dit optreden – het eerste van een driedelige serie in de Melkweg – door de bandleider Henk Meutgeert onthaald als nieuw Nederlands talent. Hoe hij zijn pakkende liedjes schrijft, vroeg de aldoor meeswingende Meutgeert. Schouderophalend antwoordde Thomas: “Ik probeer een liedje over een opgekomen gedachte te schrijven. Soms lukt het, meestal niet.”

Deze avond zou Thomas achter de synthesizer voornamelijk eigen repertoire zingen, maar hij begon met de enige cover van Stevie
Wonders ‘For Once in My Life’. Zijn warme stemgeluid verraste en kreeg
in het tweede eigen nummer ‘Stuck to Me’ nog meer soul. Meedeindend, grimassen trekkend en met overgave zingend luidde hij met zijn enige bescheiden hit van 2005 ‘Me’ de pauze in.

Na een korte onderbreking tijdens dewelke ‘ons kent ons’ de handen schudde en een sigaar opstak, kon het publiek zich met de voortdurend grappende Thomas en de strak uitgevoerde improvisatiesolo’s van de orkestleden zich even in een New Yorkse jazzclub wanen. Muzikaal daagden de bigband en Thomas elkaar niet uit. Het klonk simpelweg easy, zijn warme stem in combinatie met de schelle blazers die zijn songs ‘Live’ en ‘A Little Outta Line’ begeleidden. “Geweldig toch?! Wat kan ik hier nog aan toevoegen?”, lachte Thomas, respectvol buigend naar de achttien jazzmusici.

Als afsluiter bracht Thomas ‘Mr. Sowbug’ ten gehoor, een eerbetoon aan een pissebed die hij op de fiets had platgereden. Het werd even hartstochtelijk uitgevoerd als de overige nummers. “Soms wil je over de liefde schrijven. Dat lukt dan niet. Over een dood insect lukt het dan helaas weer wel.” Vrolijkheid en met passie gezongen, dat was meer dan verwacht van deze singer-songwriter.

(bron: www.kindamuzik.net)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *